Crayenester Basisschool Heemstede - Crayenestersingel 37 (023 - 547 4147) - dependance: Overboslaan 32 (023 - 529 7639)

4.1 Aanmelding en opvang van nieuwe leerlingen

De aanmelding en inschrijving van nieuwe leerlingen vindt plaats bij de schoolleiding van de Crayenesterbasisschool.
U kunt indien u dit wenst een afspraak maken voor een oriënterend gesprek met de adjunct-directeur, mevrouw Lieke Becht. Uw kind kan direct tot groep 1 worden toegelaten in de laatste week van de maand voordat uw kind 4 jaar wordt.
 
Een leerling van 4 jaar is nog niet leerplichtig. Zij mogen wel naar school en komen dan in groep 1. Uw kind wordt leerplichtig vanaf de eerste schooldag van de maand die volgt op de maand waarin uw kind 5 jaar is geworden. Vanaf die dag valt uw kind onder de leerplichtwet.
 
Een intern begeleider coördineert de zorg voor de onderbouw. Ouders van instromende kleuters worden verzocht een vragenlijst in te vullen zodat leerkrachten sneller in staat zijn een volledig beeld van hun leerlingen te krijgen.

Kinderen die instromen in hogere leerjaren worden mede opgevangen door twee leerlingen uit die groep. Deze leerlingen dragen zorg voor het zich spoedig thuisvoelen op onze school. Klassenouders fungeren als aanspreekpunt voor ouders van nieuwe leerlingen. De groepsleraar van uw kind(eren) nodigt u uit voor een oriënterend gesprek. Na een maand volgt een tweede gesprek, waarin de eerste indrukken met betrekking tot het functioneren van uw kind(eren) worden besproken.
 

4.2 Leerlinggebonden financiering oftewel "Het rugzakje"

Samen als het kan, apart als het moet.

De Crayenesterbasisschool heeft als taak voor zoveel mogelijk kinderen adequaat onderwijs te realiseren. Daaronder wordt verstaan een voor het kind passend onderwijsaanbod, zowel in pedagogisch (opvoedkundig) als didactisch (onderwijskundig) opzicht, dus zoveel mogelijk afgestemd op wat een kind nodig heeft.
Passend onderwijs betekent dat wij rekening houden met wat wenselijk en haalbaar is voor het kind. Daarbij komen vragen aan de orde als: wat heeft het kind precies nodig, welke kennis heeft het al, welke knelpunten moeten worden opgelost, wie kunnen ons daarbij eventueel helpen, enz.
De school heeft ook haar beperkingen, om de eenvoudige reden dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van het opvangen van kinderen.
De volgende grenzen worden onderscheiden.

  1. Een zodanig ernstige verstoring van rust en veiligheid binnen de groep, dat het leerproces wordt belemmerd (o.a. 'acting out-gedrag').
  2. In de verhouding tussen verzorging/behandeling en het onderwijsaanbod dient het onderwijs te kunnen prevaleren.
  3. Gebrek aan opnamecapaciteit.
  4. Een te lage specifieke deskundigheid, waardoor een adequate opvang op niet alleen korte, maar ook iets langere termijn niet mogelijk is.

Voordat de school overgaat tot de toelating van een leerling met een REC-indicatie (kinderen die toelaatbaar zijn voor een Regionaal Expertise Centrum) dient, na overleg met de ter zake deskundigen, een zorgvuldige afweging plaats te vinden. Een eventuele plaatsing van een dergelijke leerling in het regulier primair onderwijs dient bevorderlijk te zijn voor de ontwikkeling van het kind.

Hoewel onze school het als haar taak ziet in voldoende mate tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoefte van iedere leerling, zijn sommige kinderen naar onze mening beter op hun plaats in het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) of het Speciaal Onderwijs (SO).

Teneinde tot een zorgvuldige afweging te komen, nemen we als school het in de regio Zuid-Kennemerland gebruikelijke stappenplan als uitgangspunt.

a. Aanmelding
- gesprek met ouders
- toelichting op de visie van de school
- toelichting op de procedure
- schriftelijke toestemming van de ouders om informatie bij derden op te vragen.
Hierna wordt het team geïnformeerd.

b. Informatie verzamelen
Gegevens opvragen bij de REC en andere relevante instellingen. (video) observatie op de school van herkomst, kan deel uitmaken van de aannameprocedure.

c. Informatie bestuderen
Binnengekomen gegevens worden bestudeerd en besproken door directie en in het team gebracht. Aanvullende informatie kan worden opgevraagd.

d. Inventarisatie
Er wordt in kaart gebracht wat de specifieke behoeften zijn van het kind; wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn op de volgende gebieden: pedagogisch, didactisch, kennis en vaardigheden van de leerkracht, de organisatie van de school en de klas, de mogelijkheden m.b.t. het gebouw en het materieel, de relatie t.o.v. de medeleerlingen en hun ouders.

e. Overwegingen
De school onderzoekt op basis van de inventarisatie welke mogelijkheden de school zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden er door anderen, zoals gemeente en speciaal onderwijs, geboden kunnen worden.

f. Besluitvorming
Op basis van de informatie die is verzameld en de overwegingen wordt een besluit over de toelating genomen door de directeur van de basisschool in overleg met het team. Daarbij wordt meegenomen of- (en zo ja welke) consequenties er zijn i.v.m. de grenzen, die zijn geformuleerd ten aanzien van de opvangmogelijkheden van de school.

g. Advies
Gesprek met de ouders waarbij het besluit wordt besproken.
Plaatsing: opstellen van een plan van aanpak met daarbij een overzicht van inzet van middelen, inzet van formatie, ondersteuning van derden en eventuele aanpassingen aan het gebouw, etc.
Voorlopige plaatsing: alleen wanneer er sprake is van een observatieperiode, als niet duidelijk is of plaatsing succesvol kan zijn.
Afwijzing: een inhoudelijke onderbouwing door de school waarom men van mening is dat het kind niet kan worden geplaatst. Deze afwijzing wordt door of namens het bevoegd gezag schriftelijk beargumenteerd en aan ouders en inspectie overhandigd.
 

4.3 Het leerlingvolgsysteem

De wijze waarop het dagelijks werk van de kinderen wordt bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om de vorderingen van de leerlingen te verzamelen zijn:
• observaties
• toetsen
• verzameling van cijfers
 
De kinderen van groep 1 t/m 8 worden geobserveerd door de groepsleraar. Gegevens over hun schoolvorderingen en hun sociaal-emotionele ontwikkeling worden met de ouders besproken tijdens tien-minuten-gesprekken.
Om vast te stellen of met de inhoud en organisatie van het onderwijs de gewenste resultaten worden bereikt, wordt onder andere gebruik gemaakt van het geautomatiseerd Cito Leerling-Onderwijs-Volgsysteem. (Cito is het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling te Arnhem.) Dit leerlingvolgsysteem biedt mogelijkheden tot toetsing van vorderingen, analyse van uitslagen en het diagnosticeren van gesignaleerde leerproblemen bij leerlingen. Er wordt daarbij in groep 1 t/m 8 gebruik gemaakt van recente landelijk genormeerde toetsen op het gebied van taal, lezen en rekenen. Op basis van de verzamelde evaluatiegegevens komen alle leerlingen die extra aandacht nodig hebben automatisch in de leerlingenbespreking aan de orde. De zorg voor deze leerlingen wordt in het onderwijs ‘zorgverbreding’ (ook wel onderwijs op maat) genoemd.
 

4.4 Zorgverbreding

Hoe verloopt de zorg voor alle leerlingen op de Crayenesterbasisschool?

Wij werken met het digitale Leerling-Onderwijs-Volgsysteem van CITO. Dat wil zeggen dat al onze leerlingen vanaf groep 2 minimaal 2 maal per jaar CITO-toetsen maken op de leergebieden spelling, rekenen, lezen en begrijpend lezen. De kleuters maken in groep 1 elk half jaar de CITO-toets ordenen en in groep 2 komt daar Taal voor Kleuters bij.

De leerkracht voert de gegevens in en i.s.m. de intern begeleiders van de school worden er analyses gemaakt m.b.v het digitale programma.

Op basis van de CITO-scores en -analyses, de scores op de methodetoetsen én de werkhouding/concentratie van de leerlingen wordt de groep, voor elk vakgebied, in drieën gesplitst. De aandachtspunten voor elk van deze 3 groepen worden in een groepsplan samengevat.

In het kort komt het erop neer dat een groep leerlingen heel weinig instructie nodig heeft, zelfstandig aan het werk gaat met de opdracht en verdieping/verrijking krijgt aangeboden.

De volgende groep leerlingen krijgt duidelijk instructie van de leerkracht en kan daarna zelfstandig aan het werk. En er is een groep leerlingen die moeite heeft met de aan te bieden stof: zij maken de opdracht bij de leerkracht aan de instructietafel ín de klas, zodat de leerkracht nog eens extra uitleg kan geven en direct hulp kan bieden waar nodig.

Na elke CITO-ronde bespreken de leerkrachten en de intern begeleiders alle leerlingen èn de groepen. Leerlingen met een specifieke hulpvraag worden vaker besproken, eventueel samen met ouders.

Wanneer leerkracht en/of intern begeleiders vragen hebben over leerlingen op leer- en /of sociaal-emotioneel gebied, wordt de leerling besproken. In dit Zorg Advies Team zijn aanwezig: de leerkracht, eventueel de ouders, schoolmaatschappelijk werk, schoolarts en de intern begeleiders en eventuele externe deskundigen.

Tijdens hun schoolloopbaan komt het voor dat zich bij leerlingen ernstige leer- en of sociaal-emotionele problemen voordoen,die de draagkracht van de school te boven gaan.

Er zijn dan de volgende mogelijkheden.

Na overleg met ouders wordt bekeken of een verwijzing naar het Speciaal Basisonderwijs (SBO) of Speciaal Onderwijs (SO) noodzakelijk is.

De verwijzing naar het SBO verloopt via de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Ouders en leerkracht/intern begeleider dragen informatie aan op grond waarvan wél of géén beschikking wordt verleend.

De verwijzing naar het SO loopt via de Commissie van Indicatiestelling (CVI). Naast informatie van ouders en school is er ook een diagnose van een psycholoog of psychiater nodig. Wanneer de LeerlingGebonden Financiering(LGF of rugzak’’) wordt toegekend, kunnen de ouders besluiten tot plaatsing op het SO òf zij kopen met het geld extra hulp in op de reguliere basisschool.

Op onze school werkt 1 begeleider van leerlingen met een LGF of rugzak. Zij wordt begeleid vanuit de Regionale Expertise Centra (REC’s).

4.4.1 1-Zorgroute

De 1-Zorgroute op de Crayenesterbasisschool

Eerst even een korte uitleg over de instanties waarmee de Crayenesterbasisschool samenwerkt.

De Crayenesterbasisschool behoort samen met 9 andere basisscholen tot de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland (STOPOZ).

Binnen het onderwijs bestaan er verschillende voorzieningen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. De redenen hiervoor zijn divers: leer- of ontwikkelingsproblemen, een handicap, een stoornis of een ziekte. De Crayenesterbasisschool is daarom ook deel van het Samenwerkingsverband WSNS (Weer Samen Naar School) Zuid-Kennemerland en werkt via die weg samen met scholen voor Speciaal Basisonderwijs (SBO).

Voor leerlingen met specifieke handicaps en stoornissen of ziektes werken wij samen met de REC’s (Regionale Expertise Centra). Zij helpen ons bij de zorg die we bieden aan leerlingen die middels een rugzakje (de LGF of LeerlingGebonden Financiering) vanuit het Speciaal Onderwijs (SO) bij ons de reguliere basisschool doorlopen.

In 2012 worden alle schoolbesturen in Nederland geacht Passend Onderwijs’te bieden aan elke leerling die zich bij een school van het betreffende bestuur aanmeldt. Ook STOPOZ is bezig een visie op passend onderwijs te formuleren en heeft werkgroepen aangesteld om voor 2012 de zorg voor alle leerlingen op de10 scholen zodanig op de rit te hebben dat daadwerkelijk alle leerlingen de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben.

Via WSNS werd ons de mogelijkheid aangeboden om pilotschool te worden voor de 1-‘Zorgroute. Samen met 12 andere scholen uit onze regio doen wij hieraan mee. De 1-zorgroute wordt in het zuiden van Nederland al langere tijd uitgevoerd.

Wat zijn de uitgangspunten van de 1-Zorgroute?

  • Alle kinderen hebben zorg nodig
  • Pro-actief handelen en denken
  • Denken vanuit onderwijsbehoeften
  • Werken met groepsplannen
  • Stimulans voor optimalisering onderwijsaanbod en zorgstructuur
  • Eenduidigheid, transparantie en onderlinge afstemming tussen allen die met de zorg voor leerlingen te maken hebben
  • Ouders zijn een belangrijke partner
  • Registratie van onderwijsaanbod
  • Bovenschoolse samenwerking (bureau jeugd en gezin, jeugdzorg, bovenschools zorg- en adviesteam en vele anderen).

De 1-Zorgroute beslaat 3 niveaus

  1. De leerkracht in de groep werkt handelingsgericht met groepsplannen. Uitgangspunten zijn de onderwijsbehoeften van leerlingen. Op basis hiervan wordt per vakgebied een clustering in 3 niveaus gemaakt, met een daarbij behorend groepsplan. Dat groepsplan wordt 2 maal per jaar geëvalueerd en 2 maal per jaar nieuw opgesteld.
     
  2. Het schoolniveau is gericht op de ondersteuning van het handelingsgericht werken van de leerkracht. De intern begeleider organiseert in de school groeps- en leerlingbesprekingen die tot doel hebben het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.
     
  3. Op regioniveau gaat het erom dat alle externe hulpverleners (o.a. psychodiagnostici en ambulante begeleiders) inhoudelijk en procesmatig hun plek in de zorgroute krijgen. Ook hun focus moet liggen op de ondersteuning van het handelingsgericht werken van de leerkracht. Signalen vanuit het onderwijs moeten hun weg vinden naar het bovenschools zorg- en adviesteam en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Vanuit of via deze centra worden zorg- en onderwijsarrangementen toegekend.

De 1-Zorgroute op de Crayenesterbasisschool in de praktijk

In november 2008 heeft ons team de eerste studiedag van de 1-Zorgroute gehad. Doel van de studiedag was het leren herkennen en benoemen van onderwijsbehoeften van leerlingen. In januari 2009, na de CITO-toetsen is de eerste cyclus van het handelingsgericht werken gestart. Vanaf augustus 2009 zijn er 2 cycli per schooljaar zijn. De leerkrachten clusteren de leerlingen in 3 groepen, maken een groepsplan, evalueren dat groepsplan samen met de intern begeleiders en stellen evt. het groepsplan bij. Daarna start de cyclus opnieuw.

Op www.wsns-zk.nl kunt u informatie vinden over allerlei zaken die zorg voor leerlingen betreffen evenals informatie over de 1-Zorgroute.

Voor vragen over de 1-Zorgroute kunt u contact opnemen met de intern begeleiders van de school.

4.5 Rapportage

De kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen drie maal per jaar een rapport. Voorafgaand hieraan kunt u uitgenodigd worden om het rapport met de leraar te bespreken in een tien-minutengesprek.
Tijdens dit gesprek komen ook de observatieformulieren aan de orde waarin gegevens zijn opgenomen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind(eren).
Ook de ouders van de kleuters kunnen worden uitgenodigd voor een gesprek.
Voor de kleuters wordt nog geen rapport, maar een observatielijst gehanteerd. Aan de hand van deze observatielijst en de uitslag van de Cito-toets(en)  wordt het gesprek gevoerd. `

De opzet van de cyclus tien-minutengesprekken ziet er als volgt uit:.

  • Onderbouw groep 1-2
    1e gesprek verplicht
    2e gesprek facultatief (op uitnodiging van de leerkracht)
    3e gesprek verplicht 
  • Middenbouw groep 3-4-5-6
    1e gesprek verplicht
    2e gesprek verplicht (na de eerste Cito-ronde)
    3e gesprek facultatief (na de tweede Cito-ronde, op uitnodiging van de leerkracht) 
     
  • Bovenbouw groep 7
    1e gesprek facultatief (op uitnodiging van de leerkracht)
    2e gesprek verplicht (na de eerste Cito-ronde)
    3e gesprek facultatief (na de tweede Cito-ronde, op uitnodiging van de leerkracht)
     
  • Bovenbouw groep 8
    1e gesprek verplicht (voorlopig advies)
    2e gesprek verplicht (eindadvies voortgezet onderwijs)
     

4.6 Overgang naar het voortgezet onderwijs

Om de overgang naar het voortgezet onderwijs zo goed mogelijk te laten verlopen, vindt in groep 7 en 8 een aantal toetsen en testen plaats.

Toets/onderzoek
•  S.V.L. (SchoolVragenLijst) - groep 7 en 8
•  NIO De Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau - groep 8
•  Cito-EntreeToets - groep 7; Cito-Eindtoets groep 8

Aan het eind van het schooljaar worden de leerlingen van groep 7 getest op hun beheersingsniveau van de leerstof.
Dit gebeurt aan de hand van de landelijk genormeerde Entreetoets van het Cito. De ouders ontvangen van de toetsresultaten een uitgebreide rapportage van het Cito. De resultaten van de onderzoeken bepalen mede de inhoud van het onderwijs dat in groep 8 wordt gegeven. Voor de ouders met leerlingen in groep 8 vindt medio november de eerste gespreksavond plaats. Gedurende dit vijftien minuten durende gesprek zullen de toetsresultaten besproken worden. U krijgt dan een voorlopig advies.
 
In de maand december ontvangt u een gids met informatie over scholen van voortgezet onderwijs. Ook kan informatie worden ingewonnen tijdens de ‘open dagen’, die door het voortgezet onderwijs georganiseerd worden en worden aangekondigd in de plaatselijke dagbladen.
 
Begin maart zal met ouders en kind (indien mogelijk) een gesprek gevoerd worden met betrekking tot de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs. De gegevens van de Cito-Eindtoets zijn een extra indicator t.a.v. de keuze voor welke vorm van voortgezet onderwijs en evalueren het gegeven onderwijs vanaf het moment dat de Entreetoets is afgenomen. Dan volgt het eindadvies.
 
De psychologe van Onderwijs Advies begeleidt de leraar van groep 8 bij de voorbereiding van de adviesgesprekken met de ouders. In de brugklas wordt deze begeleiding voortgezet. Brugklasdocenten houden regelmatig contact met de leraar van groep 8 over de voortgang van de leerlingen. Bij het kiezen van een geschikte school voor voortgezet onderwijs speelt een aantal factoren een rol, zoals leercapaciteiten, motivatie, concentratie en werkhouding. Deze factoren vormen de uitgangspunten voor het gesprek van de leraar van groep 8 met de ouders over de schoolkeuze in het voortgezet onderwijs.
De ouders melden hun kind aan bij het voortgezet onderwijs.
 

4.7 Huiswerkafspraken

Met het geven van huiswerk beoogt de school bij leerlingen een goede werkhouding te creëren. Om dat te bereiken zijn huiswerkafspraken gemaakt in de bovenbouw, waarbij de hoeveelheid te maken huiswerk steeds per leerjaar groter wordt.
Vanaf groep 6 dienen de leerlingen een agenda aan te schaffen. Bij het gebruik hiervan spelen het plannen en leren ‘studeren’ een belangrijke rol, zodat de kinderen op deze wijze leren hoe ze goed met huiswerk om kunnen gaan.
Vanaf groep 6 wordt huiswerk gegeven voor de wereldoriënterende vakken (o.a. topografie) en voor natuurkennis wordt een werkstuk gemaakt. Ook spreekbeurten worden vanaf groep 6 gehouden. De opbouw van de spreekbeurt wordt met de kinderen besproken. Spellingsafspraken worden thuis geoefend in verband met het dictee. Soms worden ook taal- en/of rekenopdrachten meegegeven om thuis (af) te maken of extra te oefenen, indien bepaalde onderdelen van de leerstof nog onvoldoende worden beheerst.

4.8 Overige activiteiten voor kinderen

Er vinden gedurende het schooljaar diverse sporttoernooien plaats: de jaarlijks terugkerende sport- en speldag, schaken en voetbal, de avondvierdaagse en toernooien waar wij aan deel kunnen nemen worden door de sportcommissie besproken. Daarnaast zijn er culturele activiteiten, zoals museumbezoek, bezoek aan de bibliotheek, theaterbezoek, projecten van Kreater, dans, poppentheater en voorstellingen op school.
Jaarlijks wordt er voor alle groepen een schoolreisje georganiseerd, waarvoor een extra bijdrage wordt gevraagd.
Na schooltijd bestaat de mogelijkheid om mee te doen aan Algemene Muzikale Vorming, het schoolorkest en het schoolkoor. Deze muziekactiviteiten worden geregeld door een muziekdocent. 
 

4.9 Buitenschoolse activiteiten

Na schooltijd bestaat de mogelijkheid voor onze kinderen om deel te nemen aan de buitenschoolse opvang. Deze opvang wordt georganiseerd door Casca, Bumme en Les Petits
Casca is een centrum voor sociaal-culturele activiteiten en kinderopvang. De kinderopvang van Casca en Bumme zijn gevestigd in de voormalige Bronsteemavo aan de Overboslaan in Heemstede. Er is momenteel een wachtlijst. De aanmelding geschiedt buiten de school om. De adressen en telefoonnummers vindt u op de laatste pagina van deze studiegids.
 

4.10 Educatieve dienstverlening

De onderwijsbegeleidingsdienst DRIELANDEN, voorheen Onderwijsbegeleidingsgroep Kennemerland (OBGK) werkt nauw samen met het schoolteam aan onderwijskundige ontwikkelingen. Ondersteuning door deskundigen van DRIELANDEN vindt plaats op velerlei gebied, zoals:
• het voorbereiden en bijwonen van inhoudelijke teamvergaderingen
• voorlichting bij aanschaf van nieuwe methodes
• het maken van handelingsplannen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben
• adviezen met betrekking tot hoogbegaafde kinderen
• leerlingenbespreking met onze intern begeleiders
• bespreking van toetsen en testen met de leraren
• het opzetten van externe netwerken
• de overgang naar het voortgezet onderwijs
• nascholing voor de leraren
 

4.11 Schoolarts

Zodra uw kind 4 jaar wordt en naar de basisschool gaat, komt de begeleiding van de gezondheid van uw kind in handen van de GGD Zuid-Kennemerland, afdeling Jeugdgezondheidszorg. U komt dan bij de schoolarts en de doktersassistente of de schoolverpleegkundige.

De volgende onderzoeken vinden plaats.

- Groep 2: periodiek gezondheidskundig onderzoek (PGO) door arts + assistente.
- Groep 7: periodiek gezondheidskundig onderzoek (PGO) door verpleegkundige.

Kinderen die meer zorg nodig hebben, worden uitgenodigd voor een extra onderzoek of gesprek. Schoolproblemen, gedragsproblemen, twijfels over het gezichtsvermogen van uw kind, gehoor of spraak kunnen een aanleiding zijn voor extra onderzoek.
De schoolarts kan hiervoor met u een afspraak maken. Ook kunt u zelf of kan de school in overleg met u een extra onderzoek of gesprek aanvragen.

Correspondentieadres

Schoolarts

Mevr. Drs. A. Roohé
Lieven de Keylaan 7-9, 2101 VD Heemstede
Tel.: 023 5474822

4.12 Logopedie

In het kader van de preventieve schoollogopedie komt de schoollogopediste eenmaal per jaar op school voor een screening.
In het voorjaar worden de middelste kleuters gescreend.
In de tussenliggende tijd worden controles uitgevoerd bij kinderen:
• die aangemeld worden door de ouders
• die al eerder voor controle zijn geweest
• die in logopedische therapie zijn geweest
• bij wie verondersteld wordt dat logopedie noodzakelijk is.
Mocht u hier bezwaar tegen hebben, wilt u dit dan aan ons doorgeven.

Voor eventuele vragen op logopedisch gebied kunt u de logopediste bellen.

Het praktijkadres

Logopedie

Fiona Onderwijsadvies,
Tetterodestraat 66, 2023 XR  Haarlem 
Tel.: 023-5100000

4.13 Sponsoring

Op onze school is sponsoring tot nu toe beperkt gebleven tot advertenties in de schoolkrant en de aanschaf van sportkleding voor de interscholaire voetbalwedstrijden.
Sponsoring kan de komende jaren een grotere rol gaan spelen op onze school. Binnen dit kader is een stichting ‘Vrienden van de Cray’ in het leven geroepen. In deze stichting worden extra gelden ondergebracht, die ouders doneren bij het overmaken van de ouderbijdrage. Het doel van sponsoring is het zoeken naar mogelijkheden om leuke extra dingen te doen, waarvoor in de normale bekostiging geen ruimte is.
Sponsoring mag géén invloed hebben op de onderwijsinhoud en/of de continuïteit van het onderwijs.

 

4.14 Gedragsprotocol Crayenesterbasisschool Heemstede

Binnen onze school is het belangrijk dat we met elkaar, met leerkrachten, ouders en kinderen, afspraken maken over hoe we met elkaar omgaan. Het uiteindelijke doel is een leer- en leefomgeving waar iedereen zich veilig voelt. De basis wordt gevormd door de volgende afspraken.

  • Wij - team, leerlingen en ouders - zijn samen één school
  • We hebben respect voor elkaar, onszelf en onze omgeving
  • We zijn verantwoordelijk voor ons eigen gedrag en we nemen die verantwoordelijkheid ook
  • We zijn eerlijk en open naar elkaar
  • We denken en gedragen ons positief

Specifieke afspraken voor het team

Algemeen

  • We accepteren elkaar zoals we zijn
  • We spreken elkaar op de juiste plaats, wijze en tijd aan
  • We handelen eerlijk en oprecht
  • We luisteren en vragen door als iets onduidelijk is
  • We staan open voor elkaar
  • We hebben vertrouwen in elkaar
  • We dragen zorg voor elkaar
  • We gaan correct om met vertrouwelijke gegevens en afspraken
  • We praten met - niet over - elkaar

Specifieke afspraken voor de leerkracht

In de klas

  • We stellen, bespreken en hanteren gedragsafspraken
  • De lessen zijn goed voorbereid
  • De leeromgeving is verzorgd, uitdagend en functioneel
  • Er is structuur in de groep

Naar de leerlingen toe

  • We bevorderen het onderling respect
  • We stimuleren de eigen verantwoordelijkheid
  • We stimuleren de betrokkenheid
  • We geven feedback
  • We zijn in staat om onderscheid te maken tussen plagen en pesten
  • We zijn in staat om te bemiddelen bij een conflict
  • We zijn in staat om pestgedrag in de groep aan te pakken middels het pestprotocol (Posicom)
  • We stimuleren het zelfvertrouwen

Specifieke afspraken voor leerlingen

  • We vragen het de ander eerst, als we iets willen
  • We zeggen duidelijk: "Stop, dat wil ik niet" als we iets niet willen en we stoppen direct als iemand dat tegen ons zegt
  • We luisteren naar elkaar
  • We spelen samen
  • We praten met - niet over – elkaar
  • We proberen eerst samen iets uit te praten. Als dat niet lukt vragen we samen de hulp van een juf of meester
  • We vinden lachen fijn, uitlachen doet pijn
  • We waarschuwen de juf of meester als je merkt dat iemand verdrietig is of wordt gepest. Dit is geen klikken

Specifieke afspraken voor ouders

  • We zorgen ervoor dat de kinderen op tijd op school zijn en weer op tijd worden opgehaald
  • We melden ziekte van onze zoon/dochter voor aanvang van de lessen
  • We maken een afspraak met de leerkracht om de zorgen over ons kind te bespreken
  • We praten met respect over team, leerlingen, school en andere ouders
  • We zijn in staat om onderscheid te maken tussen plagen en pesten
  • We tonen ons betrokken bij de school
  • We bespreken zorgen in afwezigheid van kinderen.